Verkerk, realistische kunst, schilderijen, fijnschilder, portret in opdracht Fine Art | Guurtje Leguijt
Realistische schilderijen over het dagelijks leven
realistische, kunst, fijnschilder, realisme
668
post-template-default,single,single-post,postid-668,single-format-standard,edgt-core-1.2,ajax_updown,page_not_loaded,,vigor-ver-2.1.1, vertical_menu_with_scroll,smooth_scroll,side_menu_slide_from_right,elementor-default
Het rapport guurtje leguijt i schilderij verkocht

Guurtje Leguijt

De koopster van dit schilderij is schrijfster. Naar aanleiding van mijn schilderij heeft zij het volgende verhaal geschreven.
Het rapport

Geschreven door Guurtje Leguijt.

Het rapport.

Haar rubberlaarzen maken piepende geluidjes in het vochtige gras. Er liggen druppeltjes op de glanzende neuzen. Zie je wel dat ze gelijk had, zie je wel dat ze niet dom is?
Toen ze vanmorgen het schoolplein opkwam hadden de kinderen gelachen. Laarzen, laarzen! riepen ze in koor, hun vingers uitgestrekt, elkaar opstokend mee te doen. Ze had ze niet aangekeken, hield haar ogen op het plein gericht, zag hoe hun in sandalen gestoken voeten en de daarbij horende benen lange schaduwen maakten in de ochtendzon.
Ze was naar binnen gelopen en de kinderen waren achter haar aan gedromd, druk pratend, lachend en roepend. De juf vroeg wat er aan de hand was en toen één van de pesters op de laarzen wees zuchtte ze. ‘Echt iets voor jou om midden in de zomer op deze manier naar school te komen.’
‘Waar is je regenjas?’ riep iemand, ‘hé Noach, waar is je boot?’
Ze had de laarzen in de klas aangehouden. Laat ze maar lachen, lachen deden ze toch wel, omdat ze geen vriendinnen heeft, omdat ze in een raar huis woont, omdat ze niet lezen kan. Altijd als ze taal doen moet de juf haar te helpen, ze staat dan achter haar en legt het allemaal nog een keer uit en zucht zodat ze haar adem in haar nek voelt.
Mama zucht ook vaak. Als ze samen oefenen met lezen kijkt ze steeds op de klok. ‘Ik heb geen tijd voor dit soort onzin, je moet gewoon beter je best doen. Als je niet goed leert krijg je geen goede baan. Dan eindig je net zo als ik, in een rothuis met en rotvent.’
Haar vader is geen rotvent, haar vader is lief, hij doet nooit boos en leert haar belangrijke dingen. Hij weet hoe je snoeken vangt, waar de lekkerste bramen groeien en hoe je aan het ochtendlicht kan zien wat voor weer het wordt. Hij moppert nooit als hij in de regen het dak opmoet omdat het lekt, of als hij met de zware gasfles achterop zijn fiets naar het dorp moet.
‘We wonen in een vakantiehuisje,’ had hij haar uitgelegd, ‘die willen zelf ook graag vakantie en als dat niet kan gaan ze protesteren. We moeten maar een beetje lief zijn voor dit arme huisje, dan doet het vanzelf aardiger tegen ons.’ Papa zucht nooit, papa kriebelt haar onder haar kin met zijn sterke, warme vingers, alsof ze een jong dier is dat vertroeteld wordt..
Vandaag was echt een rotdag want ze hadden taal en lezen en daarna kwam het allerergste. Nog erger dan dat de juf drie keer moest uitleggen dat je altijd eerst de ‘o’ en dan pas de ‘e’ schrijft, wat ze toen toch weer verkeerd deed waarop de juf zo hard zuchtte dat haar nek er koud van werd. Ook nog veel erger dan dat ze tijdens het lezen niet wist waar ze waren gebleven, dat ze toen zomaar ergens begon en dat het daar net over een paraplu ging en dat iedereen toen heel hard moest lachen. Zo erg zelfs dat ze niet eens blij kon zijn toen na het speelkwartier ineens de regen hard tegen de ramen kletterde.
Aan het eind van de ochtend kreeg ze haar rapport.
Ze was om twaalf uur sloffend het schoolplein overgestoken, dwars door de plassen, de straat uit, de dijk op. Nu sliert het gras piepend langs haar laarzen alsof het haar wil vertragen, tegen wil houden. ‘Kijk om je heen,’ roept het gras, en ze staat stil en ruikt de geur van het vochtige groen, ze ziet de uitgestrekte weilanden en de waaiende wolken. Het rapport ritselt in haar hand.
Papa zal het niet erg vinden dat ze een slecht cijfer voor taal en lezen heeft, hij zal zeggen dat ze goed is in rekenen en in tekenen en dat hij trots op haar is. Maar mama zal zuchten omdat al dat oefenen niet geholpen heeft.
Vanuit de wei klinkt geblaat, een lammetje springt om zijn moeder heen. Was ze maar een schaap, schapen hoeven niet naar school. In de verte ziet ze de bomen waarachter hun huisje staat, de wolken worden weer dichter en dikker, het wordt donker en de wind steekt op.
Ze voelt het in haar nek. De wind blaast net als de juf, net als mama. Ze kijkt naar haar rapport. Mama zal niet zien wat er bij rekenen en tekenen staat, mama zal alleen kijken naar de slechte cijfers achter taal en lezen.
Het lammetje heeft een vriendje gevonden, ze rennen doelloos en onbezorgd tussen de andere schapen.
Weer een zucht, het gras ritselt en buigt. Maar zij buigt niet, zij strekt zich uit, ze steekt haar hand omhoog. Het rapport wappert in haar hand, ze voelt hoe de wind eraan trekt.
Ze kijkt naar de wolken. ‘Nog een paar minuten,’ denkt ze, ‘dan gaat het regenen, het is goed dat ik mijn laarzen aan heb maar ik weet niet hoe je ‘goed’ schrijven moet.’
De spieren in haar rug en haar arm trillen, ze ziet hoe in de wei het moederschaap naar de lammetjes loopt, alsof ze hen beschermen wil tegen het slechte weer dat er aankomt.
Meer zuchten in haar nek, langer en kouder dan ooit. Het papier schuift tussen haar vingers, ze gaat op haar tenen staan, alsof ze een uitroepteken is. Er zijn licht en donkere wolken, in de verte zit ze de grijze strepen van de eerste regen. Haar haar waait in het rond, kriebelt haar wang. Haar nek is koud maar haar gezicht voelt warm.
En dan laat ze los.

 

No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.